MRSA en wasgoed in de zorg: waarom een gevalideerd wasproces en meetmiddelen zoals BPA‑dipslides verschil maken

| Leestijd: 7 minuten
MRSA
MRSA

MRSA is in Nederland een belangrijk thema binnen infectiepreventie, juist omdat de prevalentie relatief laag is en we dat graag zo willen houden. In de langdurige zorg, verpleeghuizen, verzorgingshuizen en opvanglocaties hebben bewoners dagelijks intensief contact met hun omgeving en met textiel: beddengoed, kleding, washandjes en handdoeken.

In deze blog kijken we vanuit inhoudelijk perspectief naar de vraag: hoe verspreidt MRSA zich, welke rol speelt wasgoed in die keten, en waarom zijn zowel een goed gevalideerd wasproces als duidelijke afspraken en monitoring op de werkvloer nodig om textiel veilig in te zetten. Daarbij zoomen we in op procesvalidatie met Staphylococcus aureus en gerichte monitoring met dipslides op Baird Parker Agar (BPA).

Hoe MRSA zich verspreidt binnen een zorginstelling of opvanglocatie

MRSA is een Staphylococcus aureus, een huid- en neusbacterie die bij veel mensen voorkomt. Doordat MRSA resistent is tegen meticilline is deze S.aureus ongevoelig voor veelgebruikte antibiotica. Verspreiding vindt in de zorg vooral plaats via:

  • direct huid‑ en handcontact tussen zorgverleners en bewoners
  • contact met besmette oppervlakken, hulpmiddelen en materialen
  • textiel dat intensief in aanraking komt met huid, wonden en lichaamsvloeistoffen

Bewoners, cliënten of patiënten met MRSA‑dragerschap of verhoogd risico (bijvoorbeeld na verblijf in een buitenlandse zorginstelling) kunnen via deze routes bacteriën overdragen. Als isolatie maatregelen ontbreken, kan MRSA zich in een afdeling of instelling verspreiden.

De SRI richtlijn MRSA voor medisch specialistische zorg, langdurige zorg en publieke gezondheidszorg beschrijft daarom niet alleen medische maatregelen, maar ook praktisch beleid rond isolatie, reiniging, textiel en hulpmiddelen. Wasgoed maakt daar onlosmakelijk deel van uit.

Wasgoed als schakel in infectiepreventie

Textiel is bij uitstek een materiaal dat dicht bij de persoon komt. Het raakt de huid, wordt vochtig of zelfs nat bij verzorging, neemt vuil op en wordt – als het goed is – regelmatig gewassen. Dat maakt het onmisbaar voor comfort en zorg én tegelijkertijd potentieel risicovol voor overdracht van micro‑organismen.

Kernvragen voor zorgorganisaties zijn onder andere:

  • Hoe wordt vuil wasgoed verzameld en gescheiden?
  • Welke afspraken zijn er over het omgaan met wasgoed van bewoners met MRSA‑dragerschap of verdenking?
  • Hoe worden schoon en vuil textiel logistiek gescheiden tijdens opslag en transport?
  • Hoe wordt geborgd dat het wasproces zelf voldoende bacteriedoding realiseert?
  • Hoe wordt gecontroleerd of de hygiënestatus rond wasgoed en textiel ook na het wasproces op niveau blijft?

Een goed antwoord op deze vragen vraagt om zowel een inhoudelijke blik van een deskundige infectiepreventie als een praktisch oog voor de dagelijkse werkdruk op de afdeling.

Een veilig wasproces: testen op Staphylococcus aureus

Om te bepalen of een wasproces echt bijdraagt aan infectiepreventie, is het niet voldoende om alleen naar temperatuur of programmaduur te kijken. In de microbiologie wordt daarom gewerkt met het testen op een representatieve bacterie, vaak wordt dat een indicatororganisme genoemd. Een voorbeeld hiervan is de veel gebruikte Enterococcus faecium, maar ook de Staphylococcus aureus is hiervoor uitermate geschikt.

Met speciale bio‑indicatoren zoals de DES-controller kan het wasproces objectief en onafhankelijk worden beoordeeld op de mate van log‑afdoding:

  • de KT10-STEF DES-controller bevat dragers die met een bekende hoeveelheid S. aureus zijn besmet
  • de DES-controller wordt tijdens het normale wasprogramma mee gewassen, gewoon met het wasgoed wat toch al gewassen moet worden
  • het mee wassen gebeurt volkomen veilig, zonder dat hiervoor een specialist of monteur naar de locatie hoeft te komen
  • na afloop wordt de DES-controller per post opgestuurd en wordt in het lab het aantal overlevende bacteriën bepaald
  • de mate van afdoding (desinfectie) wordt uitgedrukt in log‑stappen (bijvoorbeeld log 5 of log 6)

Wanneer een wasproces herhaaldelijk een log 6 of zelfs log 7 afdoding van S. aureus realiseert, mag worden aangenomen dat het proces een hoog niveau van bacteriedoding bereikt. Omdat MRSA en andere S. aureus‑varianten onder wascondities vergelijkbaar reageren, is zo’n gevalideerd proces relevant bij het beheersen van risico’s op MRSA uitbraken.

BPA‑dipslides: praktische monitoring verderop in de keten

Een gevalideerd wasproces is een noodzakelijke basis, maar in de dagelijkse zorgpraktijk wil je ook kunnen controleren of de hygiëne rond textiel en relevante contactpunten onder controle blijft. Dipslides met Baird Parker Agar (BPA) als voedingsbodem zijn daarvoor een geschikt hulpmiddel.

Belangrijke kenmerken:

  • Baird Parker Agar is een selectieve voedingsbodem die specifiek is ontwikkeld voor het aantonen van Staphylococcus aureus.
  • met een BPA‑dipslide kun je eenvoudig een oppervlak, watermonster of ander relevant contactpunt bemonsteren.
  • na incubatie kunnen typische kolonies van S. aureus zichtbaar worden, waardoor je snel inzicht krijgt in de mate van hygiëne.

Voor zorgorganisaties betekent dit dat je niet alleen vertrouwt op de werking van het wasproces, maar ook:

  • kunt controleren of op kritische punten in de (textiel)keten geen ongewenste S. aureus‑groei optreedt;
  • trends in tijd kunt volgen (bijvoorbeeld periodieke metingen op dezelfde plek);
  • in gesprek kunt gaan met teams en de (externe) wasserij over mogelijke verbeterpunten.

De textielketen: van wasproces naar werkafspraken

Een gevalideerd wasproces en BPA‑dipslides zijn waardevolle hulpmiddelen; de echte impact zit in hoe ze worden ingebed in de textielketen en de werkafspraken.

Belangrijke stappen:

  • Verzamelen van vuil textiel
    Duidelijke instructies voor het scheiden en veilig verzamelen van wasgoed, met extra aandacht voor het scheiden en apart aanbieden van wasgoed afkomstig van bewoners met MRSA‑dragerschap of verdenking.
  • Logistiek en opslag
    Heldere scheiding tussen vuil en schoon textiel, passende opslag, gescheiden routes en aandacht voor contactpunten waar kruisbesmetting kan plaatsvinden.
  • Gebruik op de afdeling
    Praktische werkafspraken over het wisselen van beddengoed, gebruik handdoeken en ook van persoonlijke beschermingsmiddelen, afgestemd op MRSA‑risico’s en richtlijnen.
  • Terugstroom naar de wasserij
    Heldere afstemming met de (externe) wasserij over gevalideerde wasprogramma’s, periodieke controles en eventuele extra maatregelen voor risicostromen.

Door deze aspecten samen te bekijken, ontstaat een samenhangend beeld van de textielketen rond MRSA en infectiepreventie en maak je de stap van mijn wasgoed doen naar mijn was goed doen.

De rol van deskundige infectiepreventie

Een deskundige infectiepreventie helpt om de brug te slaan tussen richtlijnen, processen en dagelijkse praktijk. In de context van wasgoed en monitoring gaat het om:

  • het vertalen van MRSA‑richtlijnen naar concrete werkafspraken rond textiel;
  • het mee beoordelen van de opzet van wasprocessen en de keuze voor hulpmiddelen (zoals bijvoorbeeld de DES‑controller, BPA‑dipslides);
  • het interpreteren van meetresultaten in het licht van risico’s voor bewoners en medewerkers;
  • het adviseren over scholing, communicatie en hulpmiddelen om afspraken haalbaar te maken.

Zo wordt infectiepreventie rond textiel niet alleen een technisch verhaal, maar een praktisch werkbare aanpak.

Van inzicht naar verbetering: samen werken aan veilige textielketens

Wie de textielketen rond MRSA en Staphylococcus aureus in kaart brengt, krijgt vaak een aantal concrete verbeterpunten in beeld. De combinatie van:

  • een gevalideerd wasproces (aangetoond met de bio‑indicatoren voorzien van de S. aureus),
  • gerichte monitoring op kritische punten met BPA‑dipslides,
  • én duidelijke werkafspraken en scholing op de afdeling, maakt het mogelijk om gericht stappen te zetten en de hygiënestatus structureel te verbeteren.

Wil jij een beter inzicht in de sterktes en zwaktes van jouw textielketen rond MRSA? We kunnen samen jullie huidige werkwijze rond vuil en schoon wasgoed in kaart brengen, waarbij onze deskundige infectiepreventie je helpt om de risico’s van de huidige werkwijze in kaart te brengen en de MRSA‑richtlijnen praktisch te vertalen naar werkbare afspraken op de afdeling. In samenwerking met de specialisten van CCD kunnen we middels een validatie vaststellen of jullie wasprogramma doet wat je mag verwachten dat het doet en de inzet van hulpmiddelen zoals BPA‑dipslides organiseren. Zodat je niet alleen beleid op papier hebt, maar ook een meetbare borging in de praktijk.

Neem contact met ons op voor een kennismaking. Dan bekijken we samen welke vorm van ondersteuning het best aansluit bij jullie situatie.

Samen grip op linnengoed

Samen grip op linnengoed

Wil je weten wat in jouw situatie werkt? Of loop je tegen vragen aan over infectiepreventie, organisatie of kosten van wassen en linnengoed? We denken mee vanuit de richtlijn en de dagelijkse praktijk, met oog voor cliënten, medewerkers en de organisatie als geheel.