In deze blog:

MRSA is in Nederland een belangrijk thema binnen infectiepreventie, juist omdat de prevalentie relatief laag is en we dat graag zo willen houden. In de langdurige zorg, verpleeghuizen, verzorgingshuizen en opvanglocaties hebben bewoners dagelijks intensief contact met hun omgeving en met textiel: beddengoed, kleding, washandjes en handdoeken.
In deze blog kijken we vanuit inhoudelijk perspectief naar de vraag: hoe verspreidt MRSA zich, welke rol speelt wasgoed in die keten, en waarom zijn zowel een goed gevalideerd wasproces als duidelijke afspraken en monitoring op de werkvloer nodig om textiel veilig in te zetten. Daarbij zoomen we in op procesvalidatie met Staphylococcus aureus en gerichte monitoring met dipslides op Baird Parker Agar (BPA).
MRSA is een Staphylococcus aureus, een huid- en neusbacterie die bij veel mensen voorkomt. Doordat MRSA resistent is tegen meticilline is deze S.aureus ongevoelig voor veelgebruikte antibiotica. Verspreiding vindt in de zorg vooral plaats via:
Bewoners, cliënten of patiënten met MRSA‑dragerschap of verhoogd risico (bijvoorbeeld na verblijf in een buitenlandse zorginstelling) kunnen via deze routes bacteriën overdragen. Als isolatie maatregelen ontbreken, kan MRSA zich in een afdeling of instelling verspreiden.
De SRI richtlijn MRSA voor medisch specialistische zorg, langdurige zorg en publieke gezondheidszorg beschrijft daarom niet alleen medische maatregelen, maar ook praktisch beleid rond isolatie, reiniging, textiel en hulpmiddelen. Wasgoed maakt daar onlosmakelijk deel van uit.
Textiel is bij uitstek een materiaal dat dicht bij de persoon komt. Het raakt de huid, wordt vochtig of zelfs nat bij verzorging, neemt vuil op en wordt – als het goed is – regelmatig gewassen. Dat maakt het onmisbaar voor comfort en zorg én tegelijkertijd potentieel risicovol voor overdracht van micro‑organismen.
Kernvragen voor zorgorganisaties zijn onder andere:
Een goed antwoord op deze vragen vraagt om zowel een inhoudelijke blik van een deskundige infectiepreventie als een praktisch oog voor de dagelijkse werkdruk op de afdeling.
Om te bepalen of een wasproces echt bijdraagt aan infectiepreventie, is het niet voldoende om alleen naar temperatuur of programmaduur te kijken. In de microbiologie wordt daarom gewerkt met het testen op een representatieve bacterie, vaak wordt dat een indicatororganisme genoemd. Een voorbeeld hiervan is de veel gebruikte Enterococcus faecium, maar ook de Staphylococcus aureus is hiervoor uitermate geschikt.
Met speciale bio‑indicatoren zoals de DES-controller kan het wasproces objectief en onafhankelijk worden beoordeeld op de mate van log‑afdoding:
Wanneer een wasproces herhaaldelijk een log 6 of zelfs log 7 afdoding van S. aureus realiseert, mag worden aangenomen dat het proces een hoog niveau van bacteriedoding bereikt. Omdat MRSA en andere S. aureus‑varianten onder wascondities vergelijkbaar reageren, is zo’n gevalideerd proces relevant bij het beheersen van risico’s op MRSA uitbraken.
Een gevalideerd wasproces is een noodzakelijke basis, maar in de dagelijkse zorgpraktijk wil je ook kunnen controleren of de hygiëne rond textiel en relevante contactpunten onder controle blijft. Dipslides met Baird Parker Agar (BPA) als voedingsbodem zijn daarvoor een geschikt hulpmiddel.
Belangrijke kenmerken:
Voor zorgorganisaties betekent dit dat je niet alleen vertrouwt op de werking van het wasproces, maar ook:
Een gevalideerd wasproces en BPA‑dipslides zijn waardevolle hulpmiddelen; de echte impact zit in hoe ze worden ingebed in de textielketen en de werkafspraken.
Belangrijke stappen:
Door deze aspecten samen te bekijken, ontstaat een samenhangend beeld van de textielketen rond MRSA en infectiepreventie en maak je de stap van mijn wasgoed doen naar mijn was goed doen.
Een deskundige infectiepreventie helpt om de brug te slaan tussen richtlijnen, processen en dagelijkse praktijk. In de context van wasgoed en monitoring gaat het om:
Zo wordt infectiepreventie rond textiel niet alleen een technisch verhaal, maar een praktisch werkbare aanpak.
Wie de textielketen rond MRSA en Staphylococcus aureus in kaart brengt, krijgt vaak een aantal concrete verbeterpunten in beeld. De combinatie van:
Wil jij een beter inzicht in de sterktes en zwaktes van jouw textielketen rond MRSA? We kunnen samen jullie huidige werkwijze rond vuil en schoon wasgoed in kaart brengen, waarbij onze deskundige infectiepreventie je helpt om de risico’s van de huidige werkwijze in kaart te brengen en de MRSA‑richtlijnen praktisch te vertalen naar werkbare afspraken op de afdeling. In samenwerking met de specialisten van CCD kunnen we middels een validatie vaststellen of jullie wasprogramma doet wat je mag verwachten dat het doet en de inzet van hulpmiddelen zoals BPA‑dipslides organiseren. Zodat je niet alleen beleid op papier hebt, maar ook een meetbare borging in de praktijk.
Neem contact met ons op voor een kennismaking. Dan bekijken we samen welke vorm van ondersteuning het best aansluit bij jullie situatie.
Wil je weten wat in jouw situatie werkt? Of loop je tegen vragen aan over infectiepreventie, organisatie of kosten van wassen en linnengoed? We denken mee vanuit de richtlijn en de dagelijkse praktijk, met oog voor cliënten, medewerkers en de organisatie als geheel.